Je maakt een artikel over een schoolproject, een reportage voor een educatieve website, of een videoles voor leerlingen. Dan is de vraag al snel: mag ik deze foto’s, illustraties of fragmenten gewoon gebruiken? Het antwoord is bijna nooit een eenvoudig ja.
Wat valt er precies onder auteursrecht bij educatieve content?
Auteursrecht beschermt makers van origineel werk: fotografen, illustratoren, filmmakers, schrijvers. Zodra iemand iets maakt, is het automatisch beschermd, zonder dat daar een registratie of copyright-teken voor nodig is. Dat geldt ook voor beelden die je via een zoekmachine vindt.
Voor educatieve doeleinden bestaat in Nederland een uitzondering, maar die is kleiner dan veel mensen denken. De zogeheten onderwijsexceptie (artikel 16 van de Auteurswet) staat toe dat scholen en onderwijsinstellingen beperkt gebruik maken van beschermd materiaal, mits dat niet-commercieel is en de bron wordt vermeld. Maar die uitzondering geldt niet automatisch voor iedereen die educatieve content maakt, en ze geldt zeker niet voor content die openbaar op internet staat.
Stel dat je een lesmodule maakt voor een middelbare school en daarin een foto opneemt van een architect die je vond op een designblog. De foto is mooi, de context klopt, maar de fotograaf heeft geen toestemming gegeven. Dan heb je een probleem, ook als je de naam van de fotograaf erbij zet. Naamsvermelding is geen vervanging voor toestemming.
Hoe ga je praktisch om met beeldkeuze?
De meest veilige route is werken met Creative Commons-licenties. Dat zijn gestandaardiseerde licentievormen waarbij de maker vooraf aangeeft wat er wel en niet mag. CC0 betekent dat het werk volledig vrij is. CC BY betekent dat je het mag gebruiken mits je de bron vermeldt. CC BY-NC beperkt het gebruik tot niet-commerciële doeleinden.
Platforms zoals Unsplash, Pixabay en Wikimedia Commons bieden grote collecties vrij te gebruiken beelden. Let wel: ook bij deze platforms gelden voorwaarden, en die kunnen per beeld verschillen. Het loont om de licentie van elk afzonderlijk beeld te controleren voordat je het opneemt in een publicatie.
Voor illustraties en infographics geldt hetzelfde principe. Een schema dat je aantreft in een wetenschappelijk artikel is niet automatisch vrij te gebruiken, ook niet als je het aanpast of nabootst. Bewerking van beschermd werk valt ook onder het auteursrecht, tenzij de bewerking zo ingrijpend is dat er een nieuw origineel werk ontstaat, en ook dan is de juridische grens niet altijd scherp.
Een werkwijze die ik zelf gebruik: als ik twijfel, vraag ik gewoon toestemming. Dat klinkt omslachtig, maar in de praktijk reageert de helft van de makers positief, zeker als het om niet-commercieel gebruik gaat. Een korte, vriendelijke e-mail met uitleg over het project is meestal genoeg.
Daarbij speelt ook de context van het beeld een rol. Een foto van een interieur die je gebruikt in een artikel over ruimtelijk ontwerp in het onderwijs, roept andere vragen op dan een portretfoto van een bekende persoon. Bij Duotone zie je hoe bedrijven hun eigen beeldmateriaal laten ontwikkelen, zodat ze niet afhankelijk zijn van stockfoto’s met onduidelijke licenties. Dat is een aanpak die ook voor redacties interessant is: eigen beelden, eigen rechten.
Waar lopen makers het vaakst mis?
De meest voorkomende fout is automatisch vertrouwen op Google Afbeeldingen. Wat je daar vindt, is zelden vrij te gebruiken. Google indexeert beelden van overal, maar dat zegt niets over de licentie. De zoekfilter op gebruiksrechten helpt, maar is niet waterdicht.
Een tweede veelgemaakte fout is denken dat een oud beeld automatisch vrij is. In Nederland geldt het auteursrecht tot 70 jaar na de dood van de maker. Een foto uit 1960 kan dus nog steeds beschermd zijn als de fotograaf na 1954 is overleden.
Wat ook regelmatig misgaat:
- Beelden overnemen van andere websites zonder te controleren of die site zelf de rechten had
- Stockfoto’s gebruiken buiten de licentievoorwaarden, bijvoorbeeld een licentie voor webredactie inzetten voor een gedrukte publicatie
- Schermafbeeldingen van apps of software opnemen zonder te kijken naar de gebruiksvoorwaarden van de aanbieder
- Foto’s van herkenbare personen gebruiken zonder portretrecht te overwegen, ook als de foto technisch gezien vrij is
Het portretrecht is een aparte kwestie naast het auteursrecht. Iemand kan toestemming geven voor een foto, maar toch bezwaar maken tegen het gebruik ervan in een specifieke context. Dat geldt zeker voor leerlingen en minderjarigen, waar ook de toestemming van ouders of verzorgers een rol speelt.
Veelgestelde vragen over beeldrecht bij educatieve content
Mag ik een foto gebruiken als ik de bron vermeld?
Nee, naamsvermelding is geen vervanging voor toestemming. Het is een verplichting die erbij komt als je al toestemming hebt, niet een manier om die toestemming te omzeilen. Zonder licentie of expliciete toestemming van de rechthebbende mag je het beeld in principe niet gebruiken, ook niet met bronvermelding.
Geldt de onderwijsexceptie ook voor online lesmateriaal?
Deels. De onderwijsexceptie in de Auteurswet geldt voor gebruik binnen de onderwijsinstelling zelf, maar niet automatisch voor materiaal dat openbaar op internet wordt geplaatst. Als een les toegankelijk is voor iedereen, valt die niet meer onder de uitzondering. Overleg bij twijfel met de auteursrechtorganisatie Lira of Pictoright.
Hoe zit het met AI-gegenereerde beelden?
Dat is een grijs gebied. AI-gegenereerde beelden worden in Nederland vooralsnog niet beschermd door auteursrecht, omdat er geen menselijke maker aan te pas is gekomen. Maar de trainingsdata waarop het model is gebaseerd, kan wél beschermd werk bevatten, en dat levert juridische discussies op. Gebruik AI-beelden voor nu met gezond verstand en wacht de rechtspraak af.
Leave a Reply