Er is een moment in elk interview dat ik inmiddels herken aan een lichte spanning in mijn borst: het moment waarop de gesprekspartner klaar is met zijn antwoord, even stilte laat vallen, en dan naar mij kijkt alsof hij verwacht dat ik doorrij naar het volgende punt op mijn lijstje. Dat is precies het moment waarop je niet door moet rijden.
De vragenlijst is een houvast, geen script
Ik maak altijd een vragenlijst voor een interview. Niet omdat ik die van voor naar achter ga aflopen, maar omdat ik zonder voorbereiding de neiging heb om te vroeg te concluderen. De lijst dwingt me na te denken over wat ik eigenlijk wil weten, en dat is iets anders dan wat ik ga vragen. Maar zodra het gesprek begint, laat ik de lijst los. Of liever: ik houd hem in mijn ooghoek, als een kaart die ik raadpleeg als ik even de weg kwijt ben.
Het probleem met vragenlijsten is dat ze worden geschreven vanuit de kennis die je hebt vóór het gesprek. En een goed interview levert je altijd informatie op die je van tevoren niet had. Als je dan toch strak aan je volgorde vasthoudt, loop je die informatie mis.
Wat er gebeurt als je doorvraagt op het onverwachte
Vorig jaar maakten we een reeks portretten voor een instelling in het middelbaar onderwijs. Een van de gesprekspartners was een docent die al twintig jaar voor de klas stond. Ik had hem gevraagd hoe hij het contact met leerlingen ervaart, en hij gaf een netjes afgerond antwoord over luisteren en aanwezig zijn. Standaard, bruikbaar, niets mis mee.
Maar net voor hij zweeg, zei hij bijna terloops: “Al moet ik zeggen dat ik de laatste jaren merk dat ik vaker degene ben die iets leert.” Ik had dat kunnen laten passeren. In plaats daarvan vroeg ik: “Wat bedoel je daarmee precies?” Wat volgde was het sterkste fragment van de hele reeks: een verhaal over een leerling die hem had laten zien hoe hij een probleem ook anders kon benaderen, en hoe dat zijn kijk op zijn vak had veranderd. Dat zat niet in mijn vragenlijst. Dat zat in zijn tussenzin.
De stilte is geen probleem dat je moet oplossen
Een van de hardnekkigste gewoontes van mensen die niet gewend zijn te interviewen, is dat ze stilte opvullen. Ze stellen een vraag, de ander denkt even na, en dan beginnen ze de vraag te herformuleren of er een tweede vraag achteraan te plakken. Dat is bijna altijd een vergissing.
Stilte betekent meestal dat iemand nadenkt. En als iemand nadenkt, is de kans groot dat hij iets gaat zeggen wat hij niet zomaar klaar heeft liggen. Dat is precies wat je wilt. De reflex om stilte te vullen is begrijpelijk, want het voelt ongemakkelijk, maar het kost je de beste citaten.
Doorvragen zonder te sturen
Er is een verschil tussen doorvragen en doordrukken. Doorvragen is: ik wil begrijpen wat je net zei, vertel me meer. Doordrukken is: ik wil dat je bevestigt wat ik al denk. Dat tweede levert je antwoorden op die klinken als jouw woorden in de mond van iemand anders, en dat is waardeloos voor een portret en riskant voor je geloofwaardigheid.
De meest neutrale doorvraag die ik ken is simpelweg: “Kun je daar een voorbeeld van geven?” Bijna iedereen kan op een abstracte vraag een abstract antwoord geven. Maar een voorbeeld vraagt om iets concreets, en in het concrete zit het verhaal. Dat is geen techniek, dat is gewoon nieuwsgierigheid die je hardop maakt.
Wat dit betekent voor content die niet journalistiek is
Ik gebruik deze aanpak ook als we content maken voor merken: productverhalen, medewerkersvideo’s, klantervaringen. De verleiding is groot om die gesprekken te behandelen als een invuloefening: vraag A levert quote X op, vraag B levert quote Y op, en zo bouw je een stuk. Maar de mooiste inhoud komt ook hier uit de momenten die je niet had gepland.
Het enige wat je daarvoor nodig hebt, is de bereidheid om even van je plan af te wijken. En het vertrouwen dat je daarna alsnog kunt terugkomen op wat je nog wilt behandelen. Een interview is geen rechte lijn van A naar B; het is eerder een wandeling waarbij je af en toe een zijpad neemt, zolang je weet waar je naartoe wilt.
De les die ik elke keer opnieuw moet leren
Ik weet dit allemaal. En toch betrap ik mezelf er regelmatig op dat ik te snel doorga, dat ik een antwoord als afgerond beschouw terwijl er nog iets in zit. Het is een discipline die je niet één keer leert en dan beheerst; het is iets wat je elke keer opnieuw moet activeren.
Misschien is dat ook wel de reden dat ik het de moeite waard vind om over te schrijven. Niet omdat ik er goed in ben, maar omdat ik er beter in wil worden, en omdat opschrijven me dwingt het scherp te houden.
Leave a Reply